Een ‘ochtendje’ in de stad.

“Hoi, mag ik hier zomaar in?” Ik ben in de stad en kom langs een winkel, waar een man zoekt naar de schoonmaakmiddelen voor zijn handen. Het antwoord hoor ik niet meer, maar dit is ineens een nieuwe werkelijkheid.
Verderop is het meisje die in de winkel werkt even naar buiten gegaan. Met haar werkkleding aan en met de ogen dicht zit ze tegen de gevel van de afhaalwinkel, waar anders het terras vol zou zitten. Ze geniet van de zon en dat kan Nu.
“Pas wel op, want de nieuwe stickers, die de wegwijzers door de winkel moeten gaan worden, liggen nog los”. Het kost haar moeite om alles logisch neer te leggen.
Scooters gaan me voorbij, en allemaal met pizza’s of andere afhaalmaaltijden. Zelfs in de ochtend lijken ze het druk te hebben.
Op de markt ligt een baby te slapen achter de kraam. Vader zal er wel een reden voor hebben.
Als ik mijn tante in het verpleeghuis bel, is ze dapper. “Wel eenzaam zegt ze, maar het is nou eenmaal zo.”
“Ik vind het zo onwerkelijk”, vertrouwt een meisje die in een andere zaak werkt me toe. “Maar ik denk wel dat het goed komt, voegt ze eraan toe.”
Mijn wereld is veel kleiner geworden want vrienden zie ik al een tijd niet meer. Maar op zo’n ochtend waarop ik de nodige boodschappen doe, geniet ik van de contacten. Spontane gesprekken, die ineens heel gewoon zijn geworden. Laat ik hier nog maar even van genieten.